ZIJN DIE VITAMINES WEL ECHT  NODIG

EERDER : GEPLAATST IN HET SPOOR DER KAMPIOENEN

 

 

Julianalaan 7a, 6191 AL Beek,  Tel: 0031-46-4371885  Boskamp@pigeonvetcenter.com

 

VITAMINES

Door de jaren heen heb ik die vraag vaak horen stellen. Meestal wachtte de vragensteller mijn antwoord geeneens af, maar proclameerde dan dat het allemaal onzin was die vitamines. Immers als men gezond eet dan krijgt men genoeg vitamines binnen. En zo werkt het ook voor duiven. Dus al die vitaminepreparaten zijn alleen maar om de kas van de verkopers te spekken. Mensen die zo stellig in zwart en wit denken, daar verdoe ik mijn tijd en energie niet meer aan. Die willen toch niets van een ander aannemen. Dat ik het niet in alle opzichten, eens ben met deze uitspraken moge duidelijk zijn. Maar maakt me dat gelijk dan tot aanhanger van het gebruik van vitaminepreparaten. Geenszins! Net als met zo veel zaken is, is ook dit een onderwerp wat niet zwart-wit benaderd dient te worden. Ook hier ligt de waarheid weer in het midden.

 

Wat zijn dit eigenlijk voor stoffen. Vitamines zijn stoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken, maar die het met de voeding moet opnemen. Ze spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en zeker de B-vitamines zijn hierin zeer belangrijk. Vitamine C is een vitamine wat de meeste diersoorten zelf wel kunnen aanmaken. Alleen de primaten en de cavia vormen hierop een uitzondering. En wij mensen moeten die vitamine in voldoende mate met het voedsel binnenkrijgen.

 

Maar nu terugkomend op de stelling dat vitamines niet noodzakelijk zijn als we maar gezond eten. Die stelling is in principe helemaal correct. Maar zeker voor mensen geldt dat we met zijn allen helemaal niet zo gezond eten. Relatieve tekorten zijn dan ook schering en inslag. We krijgen van veel vitamines te weinig binnen met ons voedsel. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen een echt tekort waardoor gebreksziekten ontstaan zoals scheurbuik bij vitamine C gebrek, Rachitis bij vitamine D gebrek of Korsakov bij vitamine B1 gebrek. Dat komt allemaal niet vaak meer voor. De overheid heeft dan ook een lijst opgesteld waarin doseringen vermeld staan waarbij genoemde ziekten niet voorkomen. Mooi zou je denken. Maar in de loop der jaren is die lijst heilig verklaard en wordt voorbij gegaan aan de optimale behoeften aan bepaalde vitamines, waardoor het lichaam optimaler kan functioneren.

 

VITAMINEGEBRUIK

Tegenstanders van vitaminegebruik schermen dan ook graag met de minimumlijst om kracht bij te zetten aan hun argument dat er geen tekorten ontstaan als voedsel zo veel vitamines bevat dat deze normen gehaald worden. Afgezien van het feit dat het voedsel in Europa en Amerika niet meer genoeg vitamines en spoorelementen bevat om genoemde normen te halen, is het ook niet in het belang van menige tegenstanders van vitamines dat er meer supplementen gebruikt worden. Immers als bepaalde ziekten voorkomen kunnen worden, doordat het gebruik van  bepaalde voedingssupplementen wordt bevordert, zal de verkoop van ‘genezende’ medicijnen voor bepaalde kwalen afnemen met alle gevolgen van dien voor aandeelhouders van deze fabrikanten.

 

We dienen ons goed te realiseren dat vitaminegiften die op of rond de waarde voor preventie van gebreksziekten liggen totaal van een andere orde zijn dan de opname van doseringen die kunnen bijdragen aan het optimaal functioneren van een organisme. Overigens wordt af en toe heel duidelijk dat de normen die gesteld worden in de bekende minimumlijst van de overheid, niet alleen totaal uit de lucht gegrepen zijn onder de huidige omstandigheden, maar ronduit schadelijk kunnen zijn. Neem nu de norm van foliumzuur voor zwangere vrouwen ter preventie van open ruggetjes bij kinderen. De drama’s die het gevolg waren door deze verkeerde norm die gehanteerd werd bij dit vitamine heeft er eind vorige eeuw toe geleid dat de aanbevolen dosering verdubbeld werd om open ruggetjes bij ongeborenen te voorkomen. Zo zijn er nu ook soortgelijke inzichten voor andere vitamines. Bijvoorbeeld vitamine D. Gek genoeg wordt ondanks de overweldigende wetenschappelijke gegevens die gepubliceerd worden in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften betreffende de noodzaak de norm voor een aantal vitamines te verhogen, de boot vooralsnog afgehouden en wordt vastgehouden aan normen die opgesteld zijn aan het einde der zestiger jaren van de vorige eeuw.

 

PROEFKONIJNEN

Dat er belangengroepen actief zijn om te voorkomen dat het gebruik van vitamines en andere natuurlijke producten zou kunnen toenemen moge duidelijk worden aan de hand van het verbod op gezondheidsclaims op verpakkingen van natuurlijke producten zoals deze onlangs zijn beslag heeft gekregen. Een en ander vloeide voort uit regelgeving die door het Europese parlement werd geloodst. Ik las ondanks ergens de stelling: “Wij mensen zijn in Europa gewoon proefkonijnen voor de farmaceutische industrie.” Er is een tijd geweest dat ik zulke opmerkingen als volstrekt onzinnig gelijk van de hand wees.

 

Maar nu terug naar de kern van de zaak. Optimale doseringen aan vitamines is dus geheel iets anders dan minimum doseringen aan vitamines en spoorelementen. Dat moeten we goed voor ogen houden. Als we daarbij in ogenschouw nemen dat we enerzijds door opname van voeding en voedingsmiddelen, zoals we die gewend zijn deze minimumnorm niet meer halen en anderzijds bij sportprestaties de behoeften doorgaans hoger dan is het niet vreemd te veronderstellen dat menigeen zichzelf tekort doet wat betreft de optimale verzorging aan vitamines en spoorelementen. Nu zijn suboptimale voorziening en ziekte twee totaal verschillende zaken. Het lichaam is vindingrijk en zal zo veel als mogelijk proberen te roeien met de riemen die het heeft. Neem bijvoorbeeld de behoefte aan omega 3 vetzuren in de (hersen)cellen. Bij gebrek aan omega 3 vetzuren zal het lichaam omega 6 vetzuren moeten gebruiken. Daarvan wordt het niet direct ziek. Dat niet, maar het lichaam zal niet meer optimaal functioneren. Bewezen is dat hierdoor meer ontstekingen optreden in het lichaam, dat hersencellen slechter functioneren. Maar dit gebeurt allemaal met de weg der geleidelijkheid waardoor oorzaak en gevolg niet gelijk meer voor de hand liggen.

 

GOEDKOPER DUIVENVOER

Datzelfde zien we ook bij liefhebbers die in het kader van de bezuinigingen goedkoper duivenvoer gaan gebruiken van soms ongecontroleerde samenstelling. Dat na een jaar geleidelijk meer vage klachten beginnen op te treden wordt dan vrijwel nooit geweten aan de wisseling van goed voer naar minder goed voer. Eventuele ziekten worden dan behandeld met medicatie die dan vaak niet het juiste resultaat oplevert. Oorzaken worden dan niet gezocht waar ze gezocht moeten worden. Hokken worden aangepast, diverse medicijnen worden ingezet alleen omdat men de weg van de preventieve gezondheidszorg door het geven van optimaal voer heeft verlaten.

 

Waar dus het verlaten van de weg van goede preventieve gezondheidszorg door het geven van slechter voer de prestaties negatief beginnen te beïnvloeden zo zal het zorgen voor een optimale voorziening van spoorelementen en vitamines de preventieve gezondheidszorg dus juist ondersteunen. Maar ook dat wordt pas een optimale toestand indien het lichaam verzadigd is met genoemde stoffen. Maar vitaminepreparaten moeten natuurlijk nooit gebruikt worden om op deze manier kwalitatief minder voer te compenseren. Uitgangspunt moet goed voer blijven. Dat is de basis voor een goede gezondheid.

 

OVERDOSERING

Overdosering van vitamines is de andere kant van de medaille en dient eveneens vermeden te worden. Voor dat laatste ben ik overigens zelden bang. Dat is ook iets wat er vooral door minimumstrebers ingebakerd is geworden. In het kader van dit artikel voert het te ver om in te gaan op de specifieke voordelen van bepaalde vitamines voor het lichaam bij de duiven. Men kan er echter van uit gaan dat met name het vitamine B complex bij duiven van groot belang is. Een optimale voorziening van dit vitamine complex is dan ook belangrijk. Maar dit kan men al simpel bereiken door Biergist of B.M.T  te geven. Dat laatste brengt me tot een belangrijke nuancering wat betreft het gebruik van vitaminesupplementen. Het is goed om zo veel mogelijk natuurlijke vitaminesupplementen te gebruiken. De chemisch vervaardigde supplementen zijn vaak te eenzijdig. Zo zijn er bijvoorbeeld van vitamine E meerdere soorten. De meeste vitamine preparaten bevatten echter slechts een enkele soort van deze vitamine E, die dan in overmaat het lichaam binnenkomt, waardoor de behoeftes aan die andere vitamine E varianten onvoldoende zouden kunnen worden gedekt. Er kan dan zelfs een averechts effect ontstaan.

 

SUPPLEMENTEN

Vandaar dat ik er de voorkeur aan geef supplementen toe te dienen die vooral natuurlijke vitamines bevatten. Het gebruik van natuurlijke supplementen bevatten naast genoemde vitamines ook de overige substanties die de preparaten veel meer uitbalanceren dan de chemische vitaminesupplementen. Dat is mede een van de gedachten geweest bij de samenstelling van supplementen als de MR plus en het MR supplement. Maar als ik zou  moeten kiezen tussen geen supplementen om de vitamine voorziening te optimaliseren of een vitaminepreparaat dan kies ik toch nog voor het laatste. Maar het streven zou erop gericht moeten zijn middels natuurlijke middelen en goede voeding te komen tot een optimale voorziening van de vitaminevoorziening.

 

SAMENVATTING

-          Optimale voeding maakt toediening van extra vitamine overbodig. Het is heden ten dage echter nagenoeg ondoenlijk, uitzonderingen daargelaten, om alles optimaal gedekt te krijgen middels voeding alleen.

-          Vitaminesupplementen zijn veelal noodzakelijk geworden om te komen tot een optimale voorziening van deze stoffen in de topsport die de duivensport nu geworden is. De ketting is zo sterk als de zwakste schakel.

-          Natuurlijke vitamines verdienen de voorkeur boven synthetische producten.

-          Vitamine B complex is belangrijk voor duiven. Het natuurlijk biergist of de B.M.T zijn hiervoor een geschikte bron.

Producten als MR plus en MR supplement zijn erop gericht de natuurlijke vitamine verzorging te optimaliseren.

 

Succes

 

Peter Boskamp