WINTERTIJD

 

 

DOOR : WILLEM MULDER

 

 

 

LIJNZAADKUUR

Een deel van de bomen zijn al weer kaal en de lucht is grijzer geworden. Het is standaard geworden om een jas aan te doen als je naar buiten gaat. Ikzelf probeer zo lang mogelijk te genieten van de mooie gekleurde bladeren aan de bomen. Dan wordt voor m'n gevoel de winter wat korter. Onzin natuurlijk, maar goed, ik ben nou eenmaal geen wintermens. Het wordt weer tijd voor de beurzen, prijsuitreikingen en verkopingen. De kans is echter groter dat u mij ergens in het land tegenkomt, om de verluchting voor de duiven te verbeteren.

 

De kweekduiven zijn bezig met de laatste pennen of zijn al door de rui. Als je ze goed hebt verzorgt, zijn ze nu op hun mooist. Heb je de lijnzaadkuur gevolgd, dan zijn ze nu zo glad als een aal. Natuurlijk nog niet alle duiven, want veel ervan werden nog tot en met de laatste vlucht doorgespeeld. Veel jonge duiven werden verduisterd en dan heb je minder tijd om die erdoor te krijgen. De duiven kunnen nu, na de rui, even op verhaal komen. Behalve dan de kweekduiven die meteen al de winterkweek moeten doen. Toch is het ook voor die duiven verstandig een kortere periode in te lassen van voorbereiding en opschoning van het lichaam. Waarom?

 

TERUG NAAR DE NATUUR

Volgen we de vogels in de natuur, dan zien we dat er in de nazomer volop te eten is. Volop bessen en vruchten  aan de bomen en struiken, tarwe, gerst, rogge, haver en maïs ligt op het land. Het was een waar paradijs. Niet alleen voor vogels, maar voor alle dieren is er dan volop te eten. Dat moet natuurlijk ook, want het ruiproces  komt op gang de dieren mogen niets tekort komen. Andere dieren leggen dan ook een wintervoorraad aan.

's Winters is het zoeken naar eten een ware kunst en als er sneeuw ligt helemaal. Alleen de sterke en goed in

conditie verkerende vogels overleven de zware winterkou. De wintervoorraad aan vet is helemaal verdwenen. Maar als het voorjaarszonnetje weer gaat schijnen, is het meteen dikke mik en de bevruchting is optimaal. Dat is de natuur.

 

WAT KUNNEN WE HIER NU VAN LEREN?

Onze duiven leven niet meer in de vrije natuur. Maar toch moeten we hier wat van leren. In de herfst dienen we al het mogelijke te doen om de natuur weer te doen terugkeren. We moeten de duiven weer goed door de rui zien te krijgen. Een hele kunst! De weelde van bessen, vruchten en granen brengen we in de ruiperiode naar onze duivenhok, zodat ze een mooi nieuw verenkleed kunnen opbouwen. Als dat achter de rug is, moeten we opnieuw naar de natuur kijken. In de winter een keertje overslaan ... dat gebeurt in de natuur ook als er sneeuw valt. De duiven een beetje gretig houden is in deze tijd de beste optie. Ze moeten dus alles opeten. Niets mag er blijven liggen.

 

WINTERMENGELINGEN

Maar wat moet je in de winter, direct na de rui nou eigenlijk voeren? Daarover is veel onwetendheid. Ik kom van alles tegen. Zo goed als de liefhebber weet te voeren in de vlieg en kweekperiode, zo veel gekke dingen kom ik tegen is de winter of rustperiodes. Meestal mengt de duiven liefhebber het laatste restjes ruivoer met wat gerst of hij neemt een basisvoertje. Die is dan meestal weer veel te eiwitrijk. Want erwten zijn relatief goedkoop en die

kom je dan daarin veel tegen. Dat mag wel goed lijken voor het oog, maar het is niet de juiste voeding voor dat moment. Het juiste rust of wintervoer ziet er helemaal niet uit en dat wordt door de fabrikant niet graag verkocht.

 

EIWITTEN ZIJN BOUWSTOFFEN

In de winter valt er weinig op te bouwen. Dat is al gebeurd in de ruiperiode. De duif moet zijn / haar lichaam  warm houden. Dat is eigenlijk alles. Daarnaast is het dan een mooie tijd om de darmen eens grondig op te schonen. We gaven in de vlieg en ruiperiode van alles en nog wat, wat goed was voor de duiven. Voedingsresten kunnen dan nog gedeeltelijk aanwezig zijn in de dunne darm en die moet er eens helemaal schoongemaakt  worden. In de dunne darm zit een dunne slijmerige laag, waar de voedingsstoffen doorheen moeten. Als die laag met al zijn rillen en oneffenheden (de darmphillie) dichtslibt, zoeken allerlei bacteriën er graag een plaatsje. Het  is dan een prachtige voedingsbodem voor hen. We kunnen de darm helemaal schoon maken met een zware  antibiotica kuur. Maar zo doodt je niet alleen de slechte bacteriën, maar ook de goede. Als duiven dan iets

verkeerds eten, is het hek van de dam. Dan is er geen bescherming meer.

 

VEZELS, VEZELS, VEZELS, VEZELS, VEZELS, EN NOG EENS VEZELS

Beter is het om het straatje eens goed schoon te vegen. Hoe doe je dat? Wij doen het thuis eerst met de harde bezem en daarna met de zachte bezem na. Voor onze duiven geldt hetzelfde. De harde vezels, lang en kort, zijn: paddy, zonnepitten, hele paardenhaver. De kortere harde vezels zijn Kardi, gerst en boekweit, hennep, milocorn, dari, witzaad etc. Hele haver (paardenhaver) is juist in deze periode heel goed voor de duiven. Je mag er echter niet meer van voeren dan 10% in de mengeling. Dit soort ruwvezelrijke voer mag wel 75% van de totale mengeling uitmaken. Natuurlijk het liefst in de juiste verhouding en dat is weer werk aan de winkel voor de

voedingsdeskundige. Dat wordt dus geen mooie uitziende, lekkere mengeling, maar een zeer nuttige. Ik heb liever ijs dan brinta, maar soms is brinta veel beter. Je hebt dus zachte en harde vezels. Ze hebben allemaal een bepaald soortelijk gewicht en gaan op een bepaalde manier door de darmen. Door een voer te nemen met een zo groot mogelijke variatie aan ruwvezels, worden de darmen grondig gereinigd, schoongeveegd als het ware. Je moet dan niet raar opkijken als de mest de eerste 10 dagen zo nu en dan wat week is. Dat is nou juist de prut die eruit moet en dat is het doel van dit voer. Als je dit minstens 3 weken lang volhoudt, is de darm schoon. De  mest wordt dan weer steeds mooier. Ook is er tijdens die periode een complete nieuwe slijmlaag ontstaan. De oude darmflora is verdwenen. Door die nieuwe darmflora worden de voedingsstoffen weer optimaal opgenomen. Zo krijg je een optimale situatie voor een super kweek. En dat is toch wat we willen? Je zult eens zien hoe goed je duiven er dan gaan uitzien. Een betere voorbereiding voor een nieuwe ploeg jonge duiven is nauwelijks denkbaar.

 

VETTEN

Heb je wel eens een nieuwe ballon opgeblazen? Dat gaat de eerste keer heel moeilijk. Je krijgt er een rood hoofd van. Opeens ben je over het dode punt heen en dan gaat het gemakkelijker. Stel, dat je diezelfde ballon nu eens 50 keer achter elkaar gaat opblazen. Hoe zal het dan de op den duur gaan? Juist. Op een gegeven moment blaas je hem heel gemakkelijk op en kun je er ook meer lucht inblazen. Nu terug naar onze duiven. Als we de duiven

tijdens een lange winterperiode alleen maar een mager voert je, zullen de rode spiervezels niet meer worden geactiveerd. De duif heeft alles direct nodig om zich warm te houden. We kunnen er echter ookvoor kiezen deze spiervezels juist wel te benutten. Duiven hebben veel spiervezels (met name die in de borst) en een aantal

daarvan worden nooit aangesproken. De mengeling moet wel behoorlijk vezelrijk en juist redelijk vetrijk zijn.

 

VETRIJK???

Jazeker, die mag best wel6% tot 7% vet bevatten. De duiven zitten meestal buiten in een hok met pen spoetnik, open ramen, of in de ren. Indien mogelijk laten we de duiven dagelijks los. Als dat niet kan wegens roofvogels, dan zo veel mogelijk in de buiten ren. Als we de duiven afgepast voeren, zullen de vetten eerst worden opgeslagen in de rode spiervezels, om vervolgens weer te worden benut om het lichaam warm te

houden. Dat lukt echter alleen als we ze de juiste vetzuren geven. Het gaat dus om de combinatie van vetrijke zaden. Die dienen veel omega 3 te bevatten, want deze zijn als eerste weer beschikbaar als de duif ze nodig heeft. De laatste wetenschappelijke onderzoeken wijzen dat uit. Van Omega 3 wordt je niet vet. Gemiddeld heeft een duif 50 K.cal per dag nodig om zich warm te houden, maar als het koud is kan dat wel 2 x zo veel zijn.

Zoveel koolhydraten zitten niet in het voer, dus zal de duif ook vetzuren verbranden om zich warm te houden. Je blaast dus regelmatig de "rode spiervezel ballonnetjes" op en zo zullen er ook nieuwe spiervezels worden  gevonden, die tot dan nooit werden opgeblazen. Deze duiven blijven actief, in super goede conditie, maar worden niet vet. Dit mogen we niet verwarren met wintervorm. Want dat bestaat niet. Vorm krijgen de duiven bij de  juiste temperaturen en de juiste hoeveelheid lichturen, zoals in de zomer. Het vinden van meer rode spiervezels is vooral in de vliegperiode van groot belang. Want des te meer rode spiervezels worden geactiveerd en des te meer vetzuren kunnen worden opgeslagen, des te gemakkelijker komt de duif thuis van de vlucht. Die kan veel gemakkelijker koers houden door een groter vermogen, ook al zou de topsnelheid gelijk liggen aan die van andere duiven. Zo kunnen we weer gebruik maken van de winter, om er ons voordeel mee te doen in de zomer. Maar ook winterkwekers: neem in ieder geval 3 weken de tijd om een goede rust of winter mengeling aan de duiven te geven. Voor een optimale en perfecte kweek.

 

Veel succes, Willem Mulder