DUIVENBONNEN !

OF HOE EEN ZEGEN SOMS EEN VLOEK KAN ZIJN

 

DOOR : MARTIN VAN ZON

 

 

 

DUIVENFESTIVITEITEN

De tijd van de duivenbonnen is weer aangebroken. Op bijna alle duivenfestiviteiten in het stille seizoen kunnen we weer bonnen open. Alleen deze bonnen moeten natuurlijk eerst wel door iemand geschonken worden. Duivenbonnen maken een onderdeel uit van de duivensport. Ik werd echter al op jonge leeftijd geconfronteerd met een schaduwkant van het bonnenschenken. Ik schrok daar toen zo van dat ik eens goed over dit fenomeen ben gaan nadenken. Toen ik trouwde en in deze regio waar ik nu woon neerstreek was duivensport nog best een algemene hobby. Er waren toen twee clubs in Schoonhoven, één in Bergambacht en zelfs een duivenclub in Ammerstol. Ik las iedere week in het streekblaadje de duivenuitslagen van alle clubs in de regio. Daardoor had ik al gauw door wie er in mijn buurt het beste met duiven speelde. Eén van de mannen die toen echt hard vloog was Jantje Kok. Deze huisschilder speelde met weinig duiven geweldig goed. Toen ik op een tentoonstelling hoorde dat er een bon van deze kampioen werd verkocht aarzelde ik geen moment en kocht die bon.

 

Die winter belde ik Jantje op en vertelde hem wie ik was en dat ik een bon van hem had gekocht. Jantje beloofde mij te bellen als de jonge duiven speenklaar zouden zijn. Dat gebeurde ook en Jantje vroeg mij om op vrijdagavond te komen dan was ik de eerste. Op die bewuste vrijdag stond ik direct na het eten bij Jantje op de stoep. Hij nam mij mee naar zijn jonge duivenhok en opende de deur. Een prachtige ronde jonge duiven lag daar op het stro te glimmen. "Zoek er maar één uit" zei Jantje trots. "Mag ik ze ook vasthouden?" vroeg ik een beetje bedeesd. "Natuurlijk, pak ze maar" "Wilt u ze pakken"? vroeg ik weer. Ik vond het een beetje vreemd om ze in

zijn hok te moeten gaan pakken. Dat was geen probleem. Jantje gaf ze één voor één aan en vertelde ondertussen wat over de ouders. Jantje had 12 koppels oude duiven en had hier 24 schitterende jonge duiven van gekweekt.

 

PRACHTIGE DOFFER

Ik weet nog dat ik een prachtige donkere doffer uit koos. Echt  een plaatje en wat later bleek het ook een topduif. Een kleinzoon van deze doffer, de "68", won enkele jaren later bij een vriend van mij twee jaar op rij de 1e regionaal Chateauroux. Ik bedankte Jantje hartelijk en complimenteerde hem met het kweken van deze prachtige ronde jonge duiven. Terwijl  ik zijn tuin verliet en Jantje de deur van zijn jonge duivenhok dicht deed hoorde ik Jantje nog wat zeggen. Maar omdat ik de andere kant al opliep verstond ik hem niet goed. "Wat zei u"? vroeg ik toen ik me had omgedraaid en we elkaar weer aankeken. "Als je nu morgenavond terugkomt heb ik nog 3 duivinnetjes over. "Hoe bedoelt u" vroeg ik. "Morgen komen ze voor de bonnen en dan loopt het zo af dat

ik morgenavond nog 3 duivinnetjes over heb". "Dus u kweekt praktisch de hele 1e ronde jonge duiven voor bonnen"? "Ja" zei Jantje met een ietwat bedenkelijk gezicht. Hij legde mij uit dat hij in de winter graag tentoonstellingen bezocht en dat hij slecht nee kon zeggen tegen mensen die om bonnen vroegen. Die combinatie zorgde er dus voor dat hij al jaren praktisch zijn hele 1e ronde voor de bonnen kweekte. Ik heb mezelf toen voorgenomen om niet in die zelfde valkuil terecht te komen.

 

RITSELAAR

Jantje heeft al jaren geen duiven meer, het schilderen met allerlei chemische troep heeft hem zijn gezondheid gekost. Maar ook voor de zgn. bonnenritselaars is het een hoogst riskant avontuur. Een mooi voorbeeld zag ik bij mijn vriend Ron de Jong. Het was jaren een vast ritueel dat ik Ron en zijn duivenvriend Gerard op zondagavond bezocht. Ron was ook een echte duivenbonnen ritselaar voor zijn fondclub "de Marathonvliegers" . Op een zondagavond vertelde hij eens vol trots dat hij al 25 bonnen had versierd voor de "Marathonvliegers" . Ik adviseerde Ron toen om daar maar eens gauw mee te kappen. Ron begreep niet waarom en dat heb ik hem toen even uitgelegd. De mensen gaven die bonnen eigenlijk niet zozeer aan de "Marathonvliegers" maar eigenlijk aan de sympathieke Ron. Ik vertelde Ron dat ik serieus verwachtte dat hij vandaag of morgen een 1e Nationaal zou gaan winnen. En dat mensen waar hij in de loop der jaren een bonnetje van geritseld had hem dan ook zouden weten vinden. Ron moest er toen hartelijk om lachen en wuifde mijn waarschuwing weg. Dat volgende jaar won

hij samen met zijn maat Gerard Wijman de 1e Nationaal Marseille. De volgende winter lachte Ron niet meer, hij moest geloof ik bijna 50 jonge duiven kweken voor bonnen. En geloof me dat is niet leuk als je maar een beperkte accommodatie hebt.

 

TWEE BROERS

Twee broers en duivenvrienden van vroeger uit Lopik deden ook niet aan bonnen schenken. Totdat zij generaal kampioen werden van de "Groene Olijftak" in IJsselstein. "Ik kon er dit keer er echt niet om heen" zei Piet, de oudste van de twee broers, toen hij mij vertelde toch een bonnetje te hebben geschonken. Ook hij werd toen direct geconfronteerd met een schaduwkant van het bonnenschenken. De bon werd gekocht door een duivenliefhebber  uit Utrecht. Deze man sprak af om de jonge duif af te halen op een zaterdagmorgen. Om half negen stond de Utrechter op de stoep met vrouwen kind. Om half zeven 's avonds vertrok het stel weer, Piet en zijn vrouw allebei ontredderd achterlatend. Zaterdag was voor Piet en zijn vrouw de enige vrije dag van de week die ze hard nodig hadden om dingen te doen waar ze doordeweeks geen tijd voor hadden. "Dat was eens .... maar nooit meer" zuchtte Piet toen ik hem wat later sprak .. Maar Piet was er nog niet vanaf. Enige maanden later kreeg Piet het bonduifje dat naar Utrecht was gegaan, opgegeven. Piet belde de bonnenkoper enthousiast op dat het duifje weer terecht was. Toen Piet het adres doorgaf waar het duifje zat vond de Utrechter dat wel erg ver weg. Hij vond dat het Piet zijn plicht was om dat duifje voor hem op te gaan halen. Nou was Piet de goedheid zelf maar niet gek en weigerde dat. Dat gesprek eindigde in ruzie en zelfs grote bedreigingen naar Piet toe.

 

SNOEKVISJES

Jaren geleden was ik bevriend met een grote fondliefhebber die nogal commercieel was ingesteld en overal bonnen liep uit te delen. Toen ik hem eens vroeg waarom hij dat zo makkelijk deed kreeg ik een bizar antwoord. "Snoekvisjes zijn het" sprak hij met een brede lach op zijn gezicht. "Als je eens wist hoeveel die bonnetjes mij al hebben opgeleverd". Het is vrij simpel sprak hij verder. "Als ik een bonnenkoper op bezoek krijg lukt het me vaak om er nog een partijtje jonge bij te verkopen". Ook dat is natuurlijk een kant van het bonnencircus. Voor commerciële hokken hoeft het dus geen ramp te zijn. Ik heb respect voor mensen die zich inzetten voor het leed in de wereld of voor één of ander goed doel. Ik zal ze altijd respectvol behandelen. Maar bonnen schenken met

als doel om anderen te helpen gaat vaak over de rug van liefhebbers zoals destijds Jantje Kok. Hard vliegende liefhebbers die slecht nee kunnen zeggen!

 

 

Martinvanzonhetspoor@hotmail.nl