EINDRAPPORTAGE TEMPERATUURINVERSIE

 

WIS EN WAS ONDERZOEK - 2008

 

 

INLEIDING EN DEFENITIE

Normaal neemt de temperatuur in de dampkring met de hoogte af. Boven een inversie (een temperatuuromkering) stijgt de temperatuur juist met de hoogte. Boven een koude luchtlaag die aan het aardoppervlak grenst, ligt dan een warmere luchtlaag. Op de grens tussen deze beide gaat de temperatuur met een sprong van5 Ctot10C omhoog. Er worden grondinversies en subsidentie-inversies onderscheiden.

 

Door sterke uitstraling in de avond en nacht koelt de lucht vlak boven het aardoppervlak sterker af

dan wat meer daarboven. Sterke afkoeling van de grenslaag (de onderste kilometer van de atmosfeer)

veroorzaakt een grondinversie. Aan de grond is het dan vele graden kouder dan op enkele tientallen tot 200 meter hoogte. Deze situatie komt in heldere en windarme nachten zeer veel voor.

 

Een subsidentie-inversie wordt in of nabij een hogedrukgebied gevormd. Dalende luchtbewegingen in een hogedrukgebied veroorzaken verwarming van de lucht. De verwarming reikt echter niet tot het aardoppervlak, omdat de grondlaag door uitstraling koud blijft. Opstijgende luchtstromingen worden hierdoor onderdrukt.

 

Onder de inversielaag hopen zich vocht, stof, roet en andere vervuiling zich op. Dat bevordert een gelaagde bewolking onder de warmere luchtlaag. De daarbij voorkomende bewolking is dan Stratus, Stratocumulus en Altocumulus

(Bron: www.knmi.nl. www.meteonet.nl)

 

JAAP TEN DONKELAAR

Ten aanzien van temperatuursinversies concludeert Jaap den Tonkelaar het volgende (Den Tonkelaar, 1972]:

 

“Mist komt voornamelijk voor tijdens weersomstandigheden waarbij ook een uitgesproken inversie aanwezig is. Juist bij deze omstandigheden is de mist hardnekkig van aard. Bij afwezigheid van inversies lost de mist in de ochtend op en vertoont het vluchtverloop minder onregelmatigheden. Maar, óók de aanwezigheid van inversies

zónder mist, nevel of sterke heïgheid, zijn voor het luchtverloop fataal” [... ]

 

"In het huidige stadium van onderzoek is gebleken dat vooral inversies lager dan 1200 meter een sterk vluchtbelemmerende invloed hebben. In het bijzonder inversies op hoogten van 100 tot 300 meter en vooral wanneer zij gepaard gaan met bewolking. De bewolking die zich nabij zo'n inversie vormt, is van een gelaagde horizontale structuur,is nagenoeg contrastloos, vezelig en egaal grijs van aanblik. De naam ervan is:

stratusbewolking (stratus=deken)".

 

VRAAG

Is de thuiskomst lager van vluchten, waarbij er sprake is van een Inversie?

 

Na de studie van Joop den Tonkelaar blijkt ook uit deze studie dat temperatuursinversies een negatief effect hebben op de thuiskomst van de duiven. Het is echter niet duidelijk welke temperatuursinversies het precies zijn ( type, sterkte, hoogte, tijdstip, mate van ophoping onder de inversie ) die de duiven hinderen. Het is ook niet duidelijk op welke manier temperatuursinversies voor problemen kunnen zorgen.

 

Boven in inversielagen kan het hard waaien en de wind kan erg veranderlijk zijn. Inversies kunnen gepaard gaan met Stratusbewolking en mist. Ook is het draagvermogen minder in inversies, waarvan vliegtuigen bijvoorbeeld veel hinder ondervinden. ( Bron : Eric Chavanu, meteoroloog. Presentatie over duivensport en meteorologie op vrijdag 14 december 2007 te Veenendaal ),. Vooral de eerste twee verschijnselen zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij de negatieve effecten van inversies.

 

CONCLUSIES

-      De aanwezigheid van een temperatuursinversie heeft een duidelijk negatief effect op de thuiskomst van de duiven, vooral op dag een, en in mindere mate op dag twee.

-      Voor de toekomst is het belangrijk vast te stellen welke inversies de duiven precies hinderen